Over
Slider

Geschiedenis van Camp de Limauges

Het ontstaan

In de jaren ’30 kreeg het evangelisch kinder- en jeugdwerk in België een duidelijk gezicht door de oprichting van twee jeugdorganisaties: het BEJV, het ‘Belgisch Evangelisch Jeugd Verbond’ werd opgericht in 1936 (het latere EJV) en in datzelfde jaar 6 maanden later ook de Franstalige organisatie UJEB, de ‘Union de la Jeunesse Evangélique Belge’.

In de jaren die volgden werden er al direct verschillende kampen georganiseerd, zoals in Genk, in De Panne en in Braine-le-Comte. Ook zijn er in die jaren verschillende terreinen overwogen om aan te kopen als vast kampterrein, maar telkens is het om verschillende redenen uiteindelijk niet doorgegaan.

Net voor de oorlog kwam de Belgische Evangelische Zending in het bezit van een Jeugdkamp in Ceroux-Mousty bij Limauges (20 km. ten zuiden van Brussel). In april 1939 werd daar in samenspraak met de beide jeugdorganisaties een stuk grond gekocht van 3 hectare (voor 0,65 Bfr. per m2) waar enkele gebouwen neergezet waren.   

De familie Marcel en Adèle L’Eplattenier werden vanaf de herfst 1939 de eerste kampbeheerders van kamp Limauges en de ‘papa’ en ‘mama’ van vele kinderen die het kamp sindsdien bezochten. Ze zouden deze bediening als kampbeheerders 20 jaar met grote liefde uitoefenen.

In de begintijd bestond dit kamp uit twee vleugels met elk 6 kamers, een keuken, twee wasplaatsen en twee toiletten. Elke kamer telde 8 stapelbedden, zodat er ruimte was voor 96 kinderen. Er was geen verwarming, er waren geen kledingkasten op de kamers en er was ook geen warm water bij de wasplaatsen.

De oorlogsjaren

Kamp Limauges is tijdens de 2e WO van groot belang geweest. Niet alleen omdat het diende als afgelegen onderduikadres, maar de gewone kinder- en jeugdkampen bleven ook tijdens de oorlogsjaren zoveel mogelijk doorgaan. Juist in deze tijd was het voor heel veel kinderen een plaats om geestelijk en fysiek bij te komen van de gevolgen van de oorlog. Ze verbleven daar dan enkele weken tot soms een maand, omdat de voedselvoorziening daar op het platteland nog veel beter was dan in de steden, soms ook door extra overheidssteun.   

Meerdere Joodse kinderen vonden in die oorlogsjaren een schuilplaats in Kamp Limauges, waaronder o.a. Harry en Richard Wolff. Richard kwam in die jaren tot geloof en werd na de oorlog zendingswerker met de BEZ in Braine-le-Comte. Ook diverse verzetsmensen vonden in die jaren in het kamp een tijdelijk onderduikadres.

De omstandigheden in het jeugdkamp te Limauges waren nogal primitief in die tijd. Het Kamp bestond uit eenvoudige stenen gebouwen zonder elektriciteit met harde bedden en strooien matrassen. De plek lag behoorlijk geïsoleerd van de buitenwereld en de ligging maakte het mogelijk om elke beweging in de directe omgeving goed te kunnen observeren. In het begin bracht Harry Wolff de nachten door binnen het kampgebouw, maar na een tijd had hij een ondergrondse schuilplaats gebouwd in het nabijgelegen bos en verbleef daar het grootste deel van de tijd, ook omdat de Duitsers voortdurend op zoek waren naar jonge mensen om in Duitsland in de wapenindustrie te werk te stellen. Harry had inmiddels wel valse identiteitspapieren op naam van Henry Wouters. De maaltijden gebruikte hij met de familie L’Eplattenier, die konijnen hielden en een geit om hun beperkte voedselvoorziening aan te vullen, soms ook aangevuld door producten die op de zwarte markt gekocht werden. De familie Marcel en Adèle L’Eplattenier zijn na de oorlog geëerd voor hun rol in het verbergen van Joodse mensen in het kamp door het Yad Vashem Instituut in Jeruzalem met de eretitel: “Rechtvaardigen onder de Volkeren”.

Uitbreiding Kamp Limauges in de jaren ‘50

In de jaren ’50 ontstond de dringende behoefte om de mogelijkheden van het jeugdkamp in Limauges uit te breiden. De visie hiervoor groeide, mede door de broeders Jan de Smidt en Albert Hainaut, die ook praktisch gezien de leiding op zich namen.

Enkele jaren eerder was door een groep vrijwilligers al een samenkomstzaal en een eetzaal gebouwd, in plaats van de tenten die daarvoor gebruikt werden. Een christen-architect ontwierp een hele nieuwe vleugel. Deze zou ruimte bieden voor extra slaapkamers met in totaal 56 stapelbedden, een kleine vergaderruimte en een garage.

BEZ-medewerkster Lillian Palmberg ging met een diapresentatie en een miniatuurmodel van het nieuwe kamp alle gemeenten langs om dit nieuwe project te promoten en de nodige financiën binnen te halen. Als kinderwerker kon ze vanuit haar bediening vertellen hoe belangrijk dit werk was waardoor jonge mensen voor de Heer gewonnen werden en konden groeien in hun geloof. Mensen konden ook ‘stenen van papier’ kopen om het geheel wat aanschouwelijker te maken. Nadat de financiën binnen kwamen, kochten de broeders materiaal en werd er aan de slag gegaan. Grace Winston (vrouw van de toenmalige BEZ-directeur) schreef, dat Jan de Smidt soms hout kon kopen voor één tiende van de normale prijs en dat dit wel eens met z’n Nederlandse afkomst te maken kon hebben!

Van alle kanten kwamen vrijwilligers meehelpen bij de bouw, ook veel studenten van de Bijbelschool. Alles kwam juist voor de zomer gereed op tijd voor de meisjes en de jongenskampen die gepland stonden.

Oorspronkelijk gingen er elke zomer 4 kampen door in voor jongens en voor meisjes gescheiden groepen (elk ook in de eigen taalgroep). Een gemixt kamp van jongens en meisjes samen ging door in de paasvakantie. Nadat kort na deze verbouwingen ook nog centrale verwarming werd aangelegd, kon het kamp in principe het hele jaar door gebruikt worden gedurende de schoolvakanties.

Door de jaren heen is het jeugdkamp in Limauges van zeer grote waarde gebleken: veel jongeren maakten hier hun keuze voor de Here Jezus. Eén voorganger getuigde eens, dat een kwart van zijn gemeente daar tot geloof gekomen was, waaronder ook zijn eigen vrouw!

Een volledige renovatie van Kamp Limauges (vanaf 1989 tot 2019)  

In de jaren ’80 drong opnieuw de noodzaak door van een grondige renovatie en nieuwbouw omdat het bestaande kampgebouw niet meer voldeed aan de veiligheidseisen.

Er werd een groot en ingrijpend renovatie- en nieuwbouwplan opgesteld dat in 5 fasen uitgevoerd moest worden. Net als binnen de gehele Zending werd besloten om hierbij geen leningen aan te gaan of schulden te maken. Er zou zoveel mogelijk met vrijwilligers gewerkt worden om kosten te besparen en het werk kon dus maar gebeuren naargelang er giften voor binnenkwamen. Dat maakte het werk complex maar ook afhankelijk van Gods bevestiging en zegen.

Dit gigantische project van renovatie en vernieuwing, gebeurde met grote toewijding door professionele werkers, maar voor een groot deel met ook met vrijwilligers uit binnen- en buitenland. Bij elke nieuwe fase moesten weer eerst de nodige vergunningen binnenkomen en de nodige financiën voordat verder gewerkt kon worden.

Het werk van 30 jaar renovatie en nieuwbouw aan Kamp Limauges is nu zo goed als achter de rug zijn. God is getrouw, Hij heeft voortdurend wonderlijk voorzien, in werkers en ook in financiën. Het kamp wordt het hele jaar door gebruikt voor jeugdkampen en voor activiteiten van gemeentes. Het verlangen van de BEZ (sinds 2019: VIANOVA) is, dat Kamp Limauges nog vele jaren tot zegen mag zijn, dat kinderen en jongeren er de Here Jezus mogen leren kennen en dat gelovigen er opgebouwd mogen worden in hun geloof.

Henk van Dorp

(dit verslag is een samenvatting uit het boek ‘Uw Woord is de waarheid’, het verhaal van 100 jaar Belgische Evangelische Zending; 352 blz. bij Uitgeverij Scholten, Zwolle, 2019)